Krakend valt de ene voetstap voor de ander, steeds wegzakkend in een dunne laag sneeuw. Het is warm vandaag, -15 graden. Af en toe hoor je onheilspellend scheuren van de ijskap waarop je loopt maar om negen uur is de zon, een felrode bal, aan de hemel en lijkt het klimaat zachter. Dan is er tijd om van het fantastische uitzicht, sneeuwvlakte voor zover het oog reikt, met hier en daar een kleine verhoging van wat een eilandje moet zijn, te genieten. Het doel, het stadje "Pajuniemi", ligt nog aan de overkant van de zee, ruim 200 kilometer lopen. Maar we zullen het halen....
Op deze site tref je meer informatie over de expeditie "Over IJsgrenzen", die in maart 2003 van start zal gaan. Het doel van de expeditie ligt voor een deel besloten in de naam. Tijdens de expeditie zullen Pieter Hallewas, Alexander Groen en Wichart Drost trachten de Botnische Golf, de laatste zee ter wereld die nog niet eerder lopend is overgestoken, te voet over te steken. Omdat deze zee tussen de twee landen Zweden en Finland ingeklemd ligt wordt letterlijk een grens overgestoken, lopend midden op zee. Natuurlijk zal de expeditie het uiterste vergen van de expeditieleden, persoonlijke grenzen zullen zeker ontmoet en hopelijk ook verlegd worden.
Doordat niet de gehele Golf bevroren is en daarnaast vanuit het zuiden stuwingen, veroorzaakt door stroming en wind optreden, ontstaan scheuren en richels. Ook ijsbrekers die vaarwegen open houden om het Finse noorden te bevoorraden doorkruisen de route van de expeditie. Al met al zal de expeditie zeker niet eenvoudig zijn.
De ijsdikte varieert van enkele centimeters tot, in de kustregio, pakijs van wel 20 meter dikte.
Door gebruik te maken van vliegers en ski's hoopt het team meer snelheid te kunnen maken en de extra tijd te compenseren die het zal kosten om de scherpe randen pakijs te doorkruisen en open water over te steken.
Tijdens de expeditie zal het team overwegend gebruik proberen te maken van de beschutting van eilanden op de route. Soms zijn de afstanden tussen eilanden dermate groot dat een overnachting op de ijskap noodzakelijk is.
Door de open ijsvlakte vormt wind in combinatie met lage temperaturen het grootste gevaar tijdens de overnachtingen.
Om bevriezing te voorkomen is een stormvaste en isolerende tent noodzakelijk. Bij te lage temperaturen (beneden de -35 graden Celsius) en bij veel wind (meer dan 5 beaufort) zal gebruik worden gemaakt van een sneeuwbeschutting, een sneeuwhol of iglo. Een sneeuwhol of iglo biedt op "open zee" meer bescherming tegen de koude dan een tent. In een tent daalt de temperatuur in de tent bijna even ver als daarbuiten. De tent biedt eigenlijk alleen bescherming tegen wind, terwijl de temperatuur in een goed gebouwde iglo of sneeuwhol niet ver beneden het vriespunt zal komen. Het nadeel aan het gebruik van een sneeuwhol of iglo is de tijd die de bouw in beslag neemt en daarnaast is de aanwezigheid van voldoende sneeuw natuurlijk allerbelangrijkst.
Naast bescherming tegen weersomstandigheden is voldoende ruimte om beschut te kunnen koken essentieel. Daarom wordt als tent gekozen voor een relatief ruime expeditietent. Buiten koken zou niet alleen veel meer brandstof kosten maar ook een groot onderkoelinggevaar met zich mee brengen door de snelle afkoeling vanwege blootstelling aan de wind. De tent zelf zal met ijsschroeven in plaats van haringen op haar plaats gehouden worden. Deze ijsschroeven worden met name gebruikt bij de beklimming van bevroren watervallen en kunnen, mits goed geplaatst, enorme krachten opvangen.
Naast een tent voor de expeditieleden zal een kleine stormvaste tent aanwezig zijn die gebruikt kan worden voor de opslag van klein materieel. Deze tweede tent zal ook dienen als nood-onderkomen in geval de eerste tent bewzijkt onder de omstandigheden.
|